Dutch smart farmer Jacob van den Borne flying drone on arable field

Een dronevliegveld voor precisielandbouw

22 mei 2024

Hij werkt al jaren met drones, maar echt experimenteren met swarming en zwaardere exemplaren mocht hij niet. En toen bedacht Jacob van den Borne een paar jaar geleden een slimmigheidje. Als aanvulling voor zijn internationale campus waar boeren, bedrijven en beleidsmakers alles kunnen leren over precisielandbouw.

Gek wordt hij ervan. Jacob van den Borne werkt al vanaf 2010 veel met drones. Die houden zijn aardappelvelden vanuit de lucht goed in de gaten. Ze vertellen hem of er een insectenplaag is, en of zijn planten meer water nodig hebben of juist te nat staan. Meer mag hij met drones niet doen, vertelt hij. Niet (autonoom) vliegen, niet spuiten of bespuiten, niet droppen, laat staan met een fikse vloot drones swarmen. Het luchtruim is van de overheid, en daar gelden specifieke regels, hoort hij. Van den Borne: “Je mag alleen autonoom vliegen in een afgesloten luchtruimte. In een hal of schuur. Beetje onhandig wanneer je als opleiding- en experimenteerinstituut voor precisielandbouw buiten nieuwe dingen wilt proberen”.

Maar wacht eens, leest Van den Borne drie jaar geleden. Een luchthaven is ook zo’n afgesloten luchtruimte, met een eigen Controlled Traffic Region (CTR). Dus als je die hebt, ben je gevrijwaard van overheidsbemoeienis. Hij besluit direct een vergunning voor een eigen luchthaven aan te vragen en die krijgt hij. 70 hectare groot, rondom de boerderij. De naam: Reusel Airport, intussen vermeld op alle vliegkaarten. Hij mag er vliegen met drones tot 150 kilo tot 300 meter hoog. Een luchtvaarthavenmeester, een voormalig piloot, geeft elke dag door of er op Reusel Airport wordt gevlogen, waar en op welke hoogte. “Dat doet hij aan Eindhoven Airport, de luchtmacht en alle andere autoriteiten”.

Smart farming als side-kick voor Moeder Natuur

Reusel Airport mag je gerust bijzonder noemen. De meeste drone ports liggen bij bestaande of oude luchthavens. “Daar kan ik niks mee”, vertelt Van den Borne. “Want wat kan ik daar meten? De grashoogte rondom de start- en landingsbaan?” Op zijn eigen vliegveld mag hij testen wat hij wil. En dat geldt voor iedereen die wil experimenteren met een drone. Om testprogramma’s of proefjes uit te proberen, om te swarmen of apparatuur te ijken. Hij is niet bang dat hij heel drone-minnend Nederland op bezoek krijgt. “Wij controleren het luchtruim en bepalen wie er met wat vliegt en waar dat gebeurt”.

Het vliegveld is een prachtige aanvulling op de VDBorne Campus die in aanbouw is. In 2025 moet die klaar zijn. Van den Borne: “Ik vind dat we in ons land te weinig investeren in kennisontwikkeling en nieuwe technologie. Net zoals in opleidingen hoe met die technologie om te gaan.” De techniek is er, zegt hij, maar hoe je die moet inzetten om daarmee beter te boeren, nee, dat laten we nog vooral links liggen. Vandaar die eigen campus. Met Moeder Natuur zelf in de hoofdrol en precisielandbouw als side-kick.

Hub voor boeren, bedrijven en beleidsmakers om te leren over precisielandbouw

Hij toont de tekeningen. Straks moeten er dagelijks zo’n honderd man door de gangen lopen en in klasjes zitten. De campus is praktijkschool gericht. Van den Borne: “Het is een hub voor boeren, bedrijven en beleidsmakers waar ze alles kunnen leren over precisielandbouw. Door middel van evenementen, meet-ups, trainingen, lezingen en andere kennisontwikkeling. Dat doet hij graag samen met WUR en Vision+Robotics waarmee hij al jaren een een-tweetje heeft. Hij noemt de WUR-proefboerderij in Vredepeel, waar ze werken aan innovaties in de landbouw op het gebied van löss en vooral zand. “In Wageningen zijn ze heel goed in onderzoek. Ik ben meer de plek waar mensen alles op het gebied van landbouw, innovatie en technologie kunnen beleven.” Van de allerlaatste drones tot landbouwmachines. “Mensen vinden het mooi te zien welke kennis en techniek je nodig hebt om aardappels te telen. Velen denken, je stopt wat in de grond, het groeit altijd en daarna kan ik een patatje eten”.

Dan staat Van den Borne op. “Ik zal je wat beleving laten zien.” Hij opent een kast met daarin onder meer een joekel van een drone. “Ik kan ermee biomassa, chlorofyl en temperatuur meten. Met die drie samen kan ik gewas-, groei- en nog meer modellen voeden om te voorspellen wat een plant wel of niet gaat doen. Alles wat je kunt meten, meet ik.”

Het campusidee heeft hij afgekeken van iets verderop, Eindhoven Brainport. “Dit wordt de agrocampus”, zegt Van den Borne. Vlakbij in Eersel ligt de Venco Campus van Vencomatic, de grootste stallenbouwer voor de pluimveehouderij. Een gebouw in de vorm van een ei. Ook MS Schippers in Bladel is met een eigen campus bezig. Een bedrijf gespecialiseerd in materialen en diensten voor de intensieve veehouderij. Alles binnen 20 kilometer. “Om maar aan te geven wat er hier in de direct omgeving allemaal op landbouwgebied gebeurt”.

De kern van smart farming

“Jacob van den Borne is voor WUR en voor de wereld een belangrijk proefbedrijf. De wijze waarop Van den Borne data verzamelt, integreert, aan elkaar knoopt en visualiseert in dashboards lijkt voor de hand te liggen, maar is zeer complex. Veel onderzoekers wagen zich liever aan één probleem, maar daarmee halen ze niet de potentie uit precisielandbouw die erin zit. Ook Wageningen maakt de stap naar geïntegreerde bedrijfssystemen met een uitstekende data-infrastructuur. Van den Borne is een uitzondering in de sector, maar als andere boeren denken dat ze moeten wachten totdat Jacob alles heeft uitgedokterd, ben ik bang dat ze aan het kortste eind trekken. Het is een kwestie van nu beginnen, elke dag leren, verbeteren en automatiseren. Volgens mij is dat de kern van smart farming,” aldus Erik Pekkeriet, programmamanager Vision+Robotics van WUR.

Van den Borne heet al jaren de meest digitale boer van Europa. Zelf heeft hij jarenlang een bar slechte internetverbinding gehad. Het uploaden van een mapje met luchtfoto’s duurt zomaar drie dagen. Of hij moet naar een plek waar wel een goede internetverbinding is. Dat komt doordat zijn boerderij in het buitengebied ligt, acht kilometer onder Reusel, vlak tegen de Belgische grens. En ja, wat doe je dan? Dan start jij een eigen glasvezelbedrijf. Zie hier tien jaar geleden de komst van de coöperatie KempenGlas. 400 kilometer graaft die door het buitengebied. Voor 2700 aansluitingen. En ja, Van den Borne heeft alweer een nieuw plannetje. Een eigen windmolenpark. Om klimaat-neutraal te werken met alle andere bedrijven in het gebied. Wordt vervolgd.

ing. EJ (Erik) Pekkeriet

Programmamanager Vision+Robotics

Neem contact op met ing. EJ (Erik) Pekkeriet